Waarom de praktijk meer theorie kan gebruiken

mei 24, 2014

lectureIk houd van theorie. Lang heb ik dit als een handicap ervaren, want de praktijk zit niet echt te wachten op theorie. Theorie lijkt soms zelfs een vies woord. We willen vaardigheden en praktische richtlijnen, geen theoretisch geneuzel. Zelf zit ik meer op de lijn van Kurt Lewin, een van de grondleggers van de organisatie psychologie. Hij verwoorde het zo: ‘niets is zo praktisch als een goede theorie’. Laat ik dit illustreren aan de hand van leiderschap. Lees de rest van dit artikel »

Advertenties

Brain Based Behavioural Change (3BC)

oktober 10, 2011

De 3BC methode is een methode voor gedragsverandering gebaseerd op de nieuwste inzichten in de evolutie van het brein. 3BC staat voor Brain Based Behavioural Change. Het is een methode die handvatten biedt voor elk type gedragsverandering, of het nu gaat om meer werkplezier creëren of om beter omgaan met angsten.

 

De evolutie van het brein
De biologische functie van het brein is het realiseren van evolutionaire belangen. Een dier moet bijvoorbeeld gevaren, voedsel en partners herkennen (zaken dus die evolutionair belangrijk zijn) en op al deze zaken reageren. Hier heeft het hersenen voor. Bij de mens zijn deze evolutionaire belangen vooral sociaal en we spreken dan over sociaal evolutionaire belangen (SEB’s). SEB’s zijn zeer breed en omvatten onder meer waardering, acceptatie, eerlijkheid en reputatie.

Ons brein zit zo in elkaar dat het realiseren van SEB’s tot positieve gevoelens leidt en terwijl de frustratie van SEB’s negatieve gevoelens veroorzaakt. Goede relaties zijn bijvoorbeeld een van de belangrijkste voorspellers van welzijn. Elke verandervraag hangt in de basis samen met frustratie van SEB’s. Een populaire verandervraag is bijvoorbeeld meer assertief te worden, wat direct samenhangt met frustratie van het belang van sociale positie.

Er zijn vele redenen waardoor frustratie kan ontstaan. De 3BC methode onderscheid een aantal interne en externe invloeden die ons gedrag vormen en zo bepalen hoe we onze SEB’s invullen. Interne invloeden hangen vooral samen met onze eigen aanleg en ontwikkeling, externe invloeden met omstandigheden waar ons brein automatisch (en vaak onbewust) op reageert (een voorbeeld).

Veranderen van gedrag
Om gedrag te veranderen doorlopen we vier stappen:
1.    Analyse: inzicht krijgen in de belangen en in de invloeden die de frustratie veroorzaken.
2.    Doel: op basis van het inzicht in belangen wordt een veranderdoel geformuleerd.
3.    Plan: plannen hoe de invloeden die de frustratie veroorzaken zo om te vormen dat de weg vrij komt voor verandering.
4.    Actie: aan de slag.
Verandering wordt in de 3BC methode gezien als een evolutionair proces, op elk moment kan teruggegaan worden naar een van de voorgaande stappen.

Voordelen
Veel methoden richten zich op een enkele invloed op gedrag, zoals aanleg (kernkwaliteiten), denkpatronen (NLP) of relaties (familiesystemen). De 3BC methode kijkt op een fundamenteler niveau naar gedrag om van daaruit direct in te zoomen op de alleen die invloeden die echt relevant zijn. Soms ligt het bijvoorbeeld niet aan denkpatronen, zoek je toch het antwoord daar dan wordt veranderen erg moeilijk. Deze benadering maakt de aanpak niet alleen effectiever, het stelt je ook in staat de methoden die je al gebruikt beter te plaatsen en effectiever toe te passen.

De 3BC methode sluit aan bij nieuwe ontwikkelingen in de wetenschap. De methode heeft zo een solide basis, maar wordt ook continu gevoed door nieuwe ontwikkelingen.

Kijk hier voor de nieuwe cursus!


Brein zin- en onzin

april 22, 2011

Tegenwoordig struikel je overal over het brein. Van breinleren tot het puberbrein. Er is zelfs een breinboek voor managers. Mijn eerste reactie op de hype was scepsis. Brein-leren klonk voor mij een beetje als long-ademen of maag-eten. Ik kon er de toegevoegde waarde niet van zien. Ondertussen ben ik wel om, zij het wel met een paar serieuze kanttekeningen.

Je kunt op twee niveaus naar het brein kijken: wat het doet (functionaliteit) en hoe het dit doet (fysieke mechanismen). Vergelijk het met het maken van een powerpointe presentatie. Om dit goed te kunnen heb je kennis nodig van de functionaliteit van powerpointe. Kennis van hoe een grafische kaart werkt of hoe RAM geheugen wordt gealloceerd heb je niet zo heel veel aan. Op dezelfde manier is het voor een manager of docent belangrijk te weten hoe motivatie werkt (functioneel niveau), welke hormonen (fysieke mechanismen) daarbij een rol spelen heeft weinig toegevoegde waarde.

De functionaliteit van het brein wordt beschreven in de psychologie. Psychologische theorieën beschrijven bijvoorbeeld hoe mensen gemotiveerd raken. Veel van de nieuwe inzichten in het brein stellen psychologen in staat deze theorieën te toetsen en verbeteren. Voor hen zijn deze inzichten dus belangrijk. Maar voor de mensen in de praktijk voegen deze breininzichten niets concreets toe. Weten waar in je hersens motivatie ontstaat helpt je niet beter te motiveren. Een goede theorie over hoe motivatie werkt kan daarentegen wel helpen. De breinrevolutie biedt ook niet veel nieuws op het functionele niveau. Het meeste dat ik bij breinleren zie was 30 jaar geleden al bekend in de cognitieve psychologie. Of neem spiegelneuronen. Dat mensen automatisch elementen van elkaars gedrag kopiëren was reeds lang bekend in de psychologie. De ontdekking van spiegelneuronen (de hersencellen die hier verantwoordelijk voor zijn), is fantastisch, maar van geen enkele toegevoegde waarde in de praktijk.

Breinillustratie
Begrijp mij niet verkeerd, ik ben een groot fan van het brein en vind dat iedereen meer zou moeten weten over dit fascinerende orgaan. Mijn enige punt is dat wanneer je menselijk gedrag wilt begrijpen, het brein niet het meest logische startpunt is. Net zoals elektrotechniek geen logische startpunt om powerpointe te leren. Breinkennis kan echter wel een goede ondersteuning bieden. Ik gebruik bijvoorbeeld zelf vaak een model van de hersenen om uit te leggen hoe de relatie tussen denken en emotie werkt. Mensen kunnen zich dan beter iets voorstellen bij wat er in hun hoofd gebeurd. Onderzoekers van de Yale universiteit hebben dit zelfs onderzocht. Ze gaven studenten een psychologische verklaring van een bepaald soort gedrag. In een groep werd die verklaring vergezeld van een beschrijving van gebieden in de hersenen die bij dit gedrag betrokken zijn. De fysiologische verklaring had inhoudelijk geen enkele toegevoegde waarde, maar het effect was wel dat de verklaring beter aankwam bij deze groep.

De enorme toename van breinkennis maakt het mogelijk steeds meer van de werking te illustreren. In die zin is de nieuwe breinkennis uitermate waardevol. We moeten het echter wel op de juiste manier inzetten. Stel iemand snijd je af op de snelweg. De situatie is levensgevaarlijk en na vreselijk te zijn geschrokken ontsteek je in woede. Ik merk vervolgens op dat je frontale cortex te weinig controle heeft op impulsen vanuit je limbisch systeem en je daarom begint te schelden. Of dat je boos bent omdat je noradrenaline niveau te hoog is. Begrijp ik je nu beter of slechter?

Hardwareguru’s
Toen ik een cursus evolutionaire psychologie voor coaches aankondigde kwamen 5 mensen kijken op mijn site. Toen ik de naam veranderde Brain Based Coachen had ik binnen een paar uur 70 bezoekers. Het brein is fascinerend en spreekt aan. Het is dan wat suf om op wetenschappelijke correctheid te staan. Wat belangrijker is, is professionals niet te vermoeien met breinfeitjes die niets verklaren, maar alleen beschrijven (hormonen verklaren je boosheid niet, het is alleen de fysieke kant ervan). Breinfeitjes zijn geen vervanging voor psychologie, ze zijn een onderbouwing en illustratie. Dus laat je niet gek maken door hardwareguru’s die geen kaas hebben gegeten van powerpointe.

Cursus Brain Based Cursus


Communiceren voor toezichthouders

september 28, 2010

Er is altijd een zekere spanning in de relatie tussen toezichthouders en onder toezicht gestelden, of deze toezichthouders nu accountants, controllers of fiatteurs zijn. Deze spanning wordt vaak opzettelijk ingebouwd, om zo alle partijen scherp te houden. In de praktijk leidt dit echter niet tot betere resultaten, maar gaat dit zelfs ten koste van de dienstverlening. Er is dan ook veel winst te behalen wanneer toezichthouders effectiever leren omgaan met het relationele aspect van hun werk. In dit artikel leest u waar de spanning vandaan komt en hoe hier mee om te gaan.

In 2007 eiste de AFM dat de firma Spyker de jaarrekening over 2006 zou aanpassen. Spyker was het er niet mee eens, ging in beroep bij de ondernemingskamer en won. Het eindresultaat voor de AFM: hoge kosten en schade aan de reputatie. De verklaring voor deze en gebeurtenis wordt nog wel eens gezocht in tekortschietende regelgeving of gebrek aan expertise. Zo zouden de toezichthouders van de AFM geen partij zijn voor hun dure collegae bij Spyker.

Mogelijk had de AFM met meer expertise kunnen winnen. Maar was dit beter geweest voor de AFM? Lees volledige artikel >>


Anti hufter training

maart 20, 2010

Enige tijd geleden werd ik gevraagd een assertiviteitstraining te geven. Ik had dit nooit eerder gedaan, dus zocht naar een goede insteek. De gebruikelijke benadering is cursisten leren effectiever voor hun eigen belangen op te komen. Dit kwam mij ergens te negatief over. Het uitgangspunt is immers dat de cursist niet in staat is afdoende voor zijn eigen belang op te komen. Hij schiet in die zin tekort. Ik besloot daarom een andere invalshoek te kiezen.

Is het altijd nodig voor jezelf op te komen? Assertiviteit blijkt vooral belangrijk bij een bepaald type mensen. Ik begon de assertiviteitstraining met een inventarisatie. Mijn vraag: beschrijf met een paar steekwoorden de mensen die het voor jou moeilijk maken in je werk. Hier kwam een vrij consistent beeld uit naar voren.

Type hufters
Stel u komt een belofte aan een collega niet na. Hoe schuldig voelt u zich hier over? Kunt u er niet van slapen, of laat het u verder koud? Mensen variëren in de mate waarin ze belast zijn met een geweten. Aan het gewetenloze uiterste van dit continuüm vinden we de psychopaat, het type dat centraal staat in veel misdaadfilms. Hij is koud en gewetenloos, een menselijk roofdier. In het dagelijks leven lopen we regelmatig een minder extreme variant hiervan tegen het lijf. Laat ik ze gewoon hufters noemen. Deze hufters hebben winnen en domineren als hoogste prioriteit en trekken zich weinig aan van de gevoelens en belangen van andere mensen.

We kunnen deze hufters verder onderverdelen in twee subtypes. Het eenvoudigst te herkennen zijn de klassieke hufters. Dit zijn de types die intimideren en andere mensen op een onbeschofte, agressieve en respectloze manier behandelen. Er is echter ook nog een meer sociaal vaardige variant. Deze hufters zijn zich meer bewust van de sociale regels en zijn meester in het maskeren van hun intenties. Zij kunnen respectvol en charmant overkomen, maar als het hen zo uitkomt steken ze het spreekwoordelijke mes in je rug. Dit zijn de klassieke slangen.

Selectieve assertiviteit
De steekwoorden van de cursisten beschreven voor 80%  slangen, de resterende 20% had betrekking op klassieke hufters. Het feit dat de cursisten minder moeite hadden met de klassieke hufters, is omdat het bij deze types direct duidelijk is waar je aan toe bent. Dit maakt het makkelijker je reactie te bepalen. Bij de slang heb je het meestal pas achteraf door, als je al gebeten bent.

De slang en de klassieke hufter zijn geen exotische types. Iedereen kent wel een voorbeeld uit de eigen omgeving. Het zijn mensen met wie we dagelijks worden geconfronteerd. Mensen die moeite hebben met assertiviteit, zijn vaak ergens in hun leven door een hufter van hun zelfvertrouwen afgeholpen. En omdat ze moeite hebben assertief te zijn, worden ze ook direct als slachtoffer uitgezocht door andere hufters. Mijn insteek bij de assertiviteitstraining was dan ook vooral hoe de verschillende type hufters te herkennen en effectief met hen om te gaan.

De kosten van een hufter
Het zijn niet alleen onzekere mensen die problemen hebben met hufters. Hufters zijn gewoon nare mensen. Hier ligt ook een belangrijke les voor organisaties. Hufters richten een enorme schade aan in organisaties. Ze zijn een van de belangrijkste redenen waarom mensen organisaties verlaten, zich ziek melden of gewoon de boel gaan saboteren. Stanford management professor Robert Sutton introduceerde in dit kader de term total cost of assholes (TCA). Sutton concludeert op basis van zijn onderzoek dat de TCA dermate hoog is, dat organisaties er beter aan doen dit type persoon zo snel mogelijk te identificeren en te ontslaan, ongeacht hun prestaties (artikel)

Lees ook: Darwin voor Managers


Instinct of competentie

december 7, 2009

Wordt de manier waarop iemand communiceert bepaalt door zijn competenties, of door de situatie waarin hij zich bevind? Te weinig oog voor omstandigheden maakt dat training in communicatievaardigheden vaak een laag rendement heeft. In dit artikel lees je waarom.

Recent werd ik gevraagd als trainer te helpen bij het verbeteren van de communicatie tussen twee afdelingen. Uit onderzoek was gebleken dat er onderling slecht werd gecommuniceerd en er broodnodig aan de communicatieve skills moest worden gewerkt. Een middagje hummen, doorvragen en bijspijkeren over zenders en ontvangers.

Communicatiepatronen worden over het algemeen gezien als een eigenschap van de persoon. Dit kan iemands persoonlijkheid zijn (type persoonlijkheden die op hun manier communiceren) of wat iemand geleerd heeft (communicatievaardigheden). Vanuit een biologisch perspectief is een communicatiepatroon in essentie echter iets anders: een instinctieve reactie.

Als je iemand niet vertrouwt, laat je dan altijd het achterste van je tong zien? Praat je hetzelfde tegen je kind als tegen je baas? Hoe iemand communiceert is in hoge mate afhankelijk van de sociale context. In elke context heb je andere belangen, wat leid tot een ander soort communicatie. Veel van deze communicatiepatronen delen we zelfs met apen.

Verdelen we mensen in aparte groepen, met andere (mogelijk tegengestelde) belangen, dan ontstaan typische gedragspatronen. In de psychologie wordt dit ook wel het ingroup-outgroup effect genoemd: mensen uit de andere groep (outgroup) worden automatisch negatiever beoordeeld dan mensen uit onze eigen groep (ingroup). We zien hier ook veel negatieve patronen ontstaan in de communicatie tussen groepen, zoals geslotenheid, wantrouwen en vooroordelen. Allemaal patronen die vanuit een biologisch perspectief logisch zijn, maar in een organisatie ongewenst.

De afdelingen die ik gevraagd werd te helpen werken in aparte gebouwen, waardoor er weinig face-to-face contact is. Het werk in beide afdelingen verschilt daarbij sterk, waardoor het moeilijk is in de ander te verplaatsen. Daarbij hebben beide afdelingen vaak tegengestelde belangen. In een dergelijke situatie is het niet verwonderlijk dat er geen open en constructieve communicatie ontstaan.

In een situatie als deze is trainen dweilen met de kraan open. Beter is het om onderling vertrouwen en begrip te kweken, bijvoorbeeld door uitwisseling en gezamenlijke activiteiten. Neemt dit begrip en vertrouwen toe, dan veranderd de communicatie automatisch. Daar is geen enkele training voor nodig.

Communicatietraining die wel werkt?
Lees meer over instinct en competentie >>