Leeftijd: de voordelen van 45+

januari 2, 2009

Leeftijd wordt steeds vaker als een probleem gezien, er zijn tegenwoordig zelfs gesubsidieerde 45+ banen. Maar is leeftijd wel het probleem dat er van gemaakt wordt? De toenemende vergrijzing maakt het noodzakelijk hier nog eens beter naar te kijken. Het is daarbij nuttig eens wat verder in ons eigen verleden te kijken. Menselijke evolutie suggereert dat in onze moderne economie, 45+ wel eens een belangrijke doelgroep zou kunnen zijn.

Leeftijd wordt vaak als een probleem gezien. Ouderen zijn minder flexibel en minder productief, twee zaken die natuurlijk uiterst belangrijk zijn voor bedrijven. De vraag is echter of mensen echt minder productief worden, of dat die afname het gevolg is van hoe wij werken. Om hier een antwoord op te krijgen is het zinvol naar onze voorvaderen te kijken.

In de oertijd was productiviteit een kwestie van overleven. We kunnen een redelijk beeld krijgen van die productiviteit door goed te kijken naar nog levende jager verzamelaars. Onderstaande grafiek is een weergave van de netto productiviteit in calorieën (geproduceerde calorieën minus verbruikte calorieën) van de jager verzamelaar en zijn neefje de chimpansee.

productiviteit

De piek in productiviteit van een jager verzamelaar ligt tussen de 45 en de 50. Boven de 52 begint de productiviteit pas af te nemen, om bij 60 op het niveau van een 25 jarige te komen. Jagen lijkt een zuiver fysieke activiteit en je zou de piek op veel jongere leeftijd verwachten. Maar dit is een misvatting. Jagen (maar ook verzamelen) is een zeer kennisintensieve activiteit. Een beetje jager heeft een encyclopedische kennis van zijn omgeving. Hij moet het gedrag van verschillende soorten dieren kunnen voorspellen en anticiperen op weersomstandigheden. De kennis die noodzakelijk is om te overleven in de Kalahari doet niet onder voor de kennis van een systeemontwikkelaar. De stijging in productiviteit van de jager verzamelaar weerspiegelt daarom vooral de ontwikkeling van kennis, vaardigheid en inzicht.

Ons moderne kenniswerk lijkt in bepaalde opzichten meer op het werk van de jager verzamelaar, dan het werk van de fabrieksarbeider. Productiewerk en lager niveau kenniswerk is redelijk voorspelbaar en kennisontwikkeling is beperkt. De productiviteitscurve ziet er vaak meer uit als die van de chimpansee; met 18 volledig productief, vanaf 40 in een dalende lijn en met 50 volledig afgeschreven. Boven de 40 wil je ze dus eigenlijk niet meer hebben. Bij kennisintensief werk in een dynamische omgeving ziet de curve er echter heel anders uit.

De stijging in productiviteit bij jager verzamelaars is het gevolg van de toename van kennis en ervaring, de daling het gevolg van lichamelijke achteruitgang (kracht, zicht, gehoor, een vaste hand). In modern kenniswerk zal lichamelijke achteruitgang een veel minder grote impact op productiviteit hebben. Dit in combinatie met de moderne gezondheidszorg maakt dat de productiviteitscurve tot veel latere leeftijd kan blijven stijgen. En dan hebben we het nog niet eens over indirecte productiviteit, dat wil zeggen de impact op productiviteit van anderen door kennisoverdracht.

De negatieve kijk op leeftijd komt deels doordat organisaties zich nog onvoldoende hebben aangepast aan de nieuwe realiteit. De jager verzamelaar heeft schijnbaar voldoende uitdaging om zich tot boven de vijftig te blijven ontwikkelen. In onze moderne tijd is dit niet altijd zo. En dus zie je dat mensen vastroesten, minder gemotiveerd raken en uiteindelijk niet meer goed mee kunnen komen in de moderne economie.

Productiviteit kan tot het pensioen blijven stijgen. Dit vergt wel gericht nadenken over uitdagingen, ontwikkeling en motivatie van mensen in elke fase van hun carrière. In de arbeidsmarkt van de toekomst is dit een kwestie van overleven.

Meer weten over evolutie en werk: bestel hier Darwin voor Managers

Advertenties