De crisiskijk

november 7, 2013

crisisCrisis heeft niet alleen invloed op de portemonnee, maar ook op de manier waarop we in de wereld staan en hoe we tegen kansen en risico’s aankijken. Dit heeft ook gevolgen voor de beslissingen die we nemen en hoe effectief we zijn. Inzicht in dit subtiele psychologische mechanisme kan ons helpen beter naar onze uitdagingen te kijken.

Lees de rest van dit artikel »


Veranderen moeilijk?

oktober 10, 2011

Veranderen is moeilijk, daar lijkt iedereen het over eens. Wilskracht, motivatie en geloof in jezelf worden daarom vaak gezien als de sleutel tot succes. Wetenschappelijk onderzoek suggereert echter dat ons vertrouwen op wilskracht en motivatie juist een oorzaak van falen kan zijn. Met inzicht en een goede aanpak kom je uiteindelijk verder.

Jos wil het echt anders doen. Hij is 30 kilo te zwaar en zit nu in een gevarenzone. Zelf verklaart hij zijn overgewicht vanuit aanleg en het feit dat hij de 40 is gepasseerd. Dat hij de kilo’s er niet af krijgt ziet hij vooral als een gebrek aan wilskracht en discipline.

Veel mensen worstelen met hun gewicht. De oorzaak is dat onze hersenen verkeerd reageren op de wereld om ons heen. Ons brein is geprogrammeerd met een sterke voorkeur voor zoet, zout en vet eten. Deze voorkeur hielp onze voorouders de juiste keuzes te maken, maar is in onze moderne situatie (met een overvloed aan zoet, zout en vet eten) desastreus. Het probleem van Jos is in de basis menselijk. Maar er speelt meer in zijn situatie.

> Jos zit vaak op de weg en neemt in het moment beslissingen wat waar te eten. Wanneer je op deze manier keuzes maakt krijgt de aangeboren (default) voorkeur vaker de overhand.
> Hoe meer dikke mensen je in je omgeving hebt, hoe kleiner de kans dat je afvalt. In de sociale omgeving van Jos is overgewicht de norm.
> Jos heeft inderdaad aanleg om dik te worden. Aanleg is net als de andere omstandigheden geen oorzaak, maar wel een belangrijke invloed.

In elk aspect van ons leven worden onze keuzes en gedrag ongemerkt gevormd door dit type invloeden. Veranderen is moeilijk wanneer wat je wilt ingaat tegen deze invloeden. Dit zien we ook in het voorbeeld van Jos: alles duwt hem richting overgewicht. De oplossing ligt dan niet in nog harder willen.

Wilskracht faalt
Er is veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar wilskracht. Een belangrijke conclusie is dat wilskracht net als spierkracht beperkt is, zowel in duur als hoeveelheid. Gebruik je het teveel, dan neemt de kracht uiteindelijk af. Is je veranderstrategie gebaseerd op wilskracht, dan is het slechts een kwestie van tijd voor je faalt. Jos baseert zijn hele aanpak op wilskracht, met als gevolg het bekende jojo-effect. Hij begint enthousiast en vastberaden, maar na een tijdje verwatert het en valt hij terug in zijn oude gedrag. Als hij dan weer schrikt van de weegschaal doet hij een nieuwe poging.

Een meer succesvolle methode is het krachtenspel te veranderen. Wanneer Jos begrijpt hoe zijn gedrag ontstaat kan hij maatregelen nemen om hem minder gevoelig te maken voor verleiding. Twee eenvoudige maatregelen zijn bijvoorbeeld het eten beter plannen (mensen maken dan over het algemeen betere keuzes) en vaker (kleinere porties) te eten. In plaats van proberen sterker te zijn kunnen we ons zo  ook richten op de krachten die ons gedrag vormen. De laatste benadering is uiteindelijk effectiever (al zal de eerste vaak op korte termijn beter lijken).

Onzichtbare krachten
Wat zijn die onzichtbare krachten precies? In de eerste plaats zijn het triggers waar ons brein instinctief (dwz automatisch en onbewust) op reageert. Dit varieert van voedsel tot relaties. Met name de evolutionaire psychologie geeft ons steeds meer inzicht in welke triggers wat voor type gedrag veroorzaken. Aanleg en ontwikkeling creëert weer variaties in deze reactiepatronen, zoals Jos die verkeerde eetpatronen heeft ontwikkeld en meer aanleg heeft om vet op te slaan. Door de juiste vragen te stellen kunnen we inzicht krijgen in deze interne en externe invloeden op gedrag. Vervolgens kunnen we dan gaan nadenken over hoe die invloeden om te vormen zodat ze de verandering ondersteunen in plaats van saboteren. Zo krijgt wilskracht een echte kans op slagen.

In de 3BC methode (3BC staat voor Brain Based Behavioural Change) worden een zestal invloeden onderscheiden, drie intern en drie extern. Lees hier meer over deze methode >>


Brain Based Behavioural Change (3BC)

oktober 10, 2011

De 3BC methode is een methode voor gedragsverandering gebaseerd op de nieuwste inzichten in de evolutie van het brein. 3BC staat voor Brain Based Behavioural Change. Het is een methode die handvatten biedt voor elk type gedragsverandering, of het nu gaat om meer werkplezier creëren of om beter omgaan met angsten.

 

De evolutie van het brein
De biologische functie van het brein is het realiseren van evolutionaire belangen. Een dier moet bijvoorbeeld gevaren, voedsel en partners herkennen (zaken dus die evolutionair belangrijk zijn) en op al deze zaken reageren. Hier heeft het hersenen voor. Bij de mens zijn deze evolutionaire belangen vooral sociaal en we spreken dan over sociaal evolutionaire belangen (SEB’s). SEB’s zijn zeer breed en omvatten onder meer waardering, acceptatie, eerlijkheid en reputatie.

Ons brein zit zo in elkaar dat het realiseren van SEB’s tot positieve gevoelens leidt en terwijl de frustratie van SEB’s negatieve gevoelens veroorzaakt. Goede relaties zijn bijvoorbeeld een van de belangrijkste voorspellers van welzijn. Elke verandervraag hangt in de basis samen met frustratie van SEB’s. Een populaire verandervraag is bijvoorbeeld meer assertief te worden, wat direct samenhangt met frustratie van het belang van sociale positie.

Er zijn vele redenen waardoor frustratie kan ontstaan. De 3BC methode onderscheid een aantal interne en externe invloeden die ons gedrag vormen en zo bepalen hoe we onze SEB’s invullen. Interne invloeden hangen vooral samen met onze eigen aanleg en ontwikkeling, externe invloeden met omstandigheden waar ons brein automatisch (en vaak onbewust) op reageert (een voorbeeld).

Veranderen van gedrag
Om gedrag te veranderen doorlopen we vier stappen:
1.    Analyse: inzicht krijgen in de belangen en in de invloeden die de frustratie veroorzaken.
2.    Doel: op basis van het inzicht in belangen wordt een veranderdoel geformuleerd.
3.    Plan: plannen hoe de invloeden die de frustratie veroorzaken zo om te vormen dat de weg vrij komt voor verandering.
4.    Actie: aan de slag.
Verandering wordt in de 3BC methode gezien als een evolutionair proces, op elk moment kan teruggegaan worden naar een van de voorgaande stappen.

Voordelen
Veel methoden richten zich op een enkele invloed op gedrag, zoals aanleg (kernkwaliteiten), denkpatronen (NLP) of relaties (familiesystemen). De 3BC methode kijkt op een fundamenteler niveau naar gedrag om van daaruit direct in te zoomen op de alleen die invloeden die echt relevant zijn. Soms ligt het bijvoorbeeld niet aan denkpatronen, zoek je toch het antwoord daar dan wordt veranderen erg moeilijk. Deze benadering maakt de aanpak niet alleen effectiever, het stelt je ook in staat de methoden die je al gebruikt beter te plaatsen en effectiever toe te passen.

De 3BC methode sluit aan bij nieuwe ontwikkelingen in de wetenschap. De methode heeft zo een solide basis, maar wordt ook continu gevoed door nieuwe ontwikkelingen.

Kijk hier voor de nieuwe cursus!


Brein zin- en onzin

april 22, 2011

Tegenwoordig struikel je overal over het brein. Van breinleren tot het puberbrein. Er is zelfs een breinboek voor managers. Mijn eerste reactie op de hype was scepsis. Brein-leren klonk voor mij een beetje als long-ademen of maag-eten. Ik kon er de toegevoegde waarde niet van zien. Ondertussen ben ik wel om, zij het wel met een paar serieuze kanttekeningen.

Je kunt op twee niveaus naar het brein kijken: wat het doet (functionaliteit) en hoe het dit doet (fysieke mechanismen). Vergelijk het met het maken van een powerpointe presentatie. Om dit goed te kunnen heb je kennis nodig van de functionaliteit van powerpointe. Kennis van hoe een grafische kaart werkt of hoe RAM geheugen wordt gealloceerd heb je niet zo heel veel aan. Op dezelfde manier is het voor een manager of docent belangrijk te weten hoe motivatie werkt (functioneel niveau), welke hormonen (fysieke mechanismen) daarbij een rol spelen heeft weinig toegevoegde waarde.

De functionaliteit van het brein wordt beschreven in de psychologie. Psychologische theorieën beschrijven bijvoorbeeld hoe mensen gemotiveerd raken. Veel van de nieuwe inzichten in het brein stellen psychologen in staat deze theorieën te toetsen en verbeteren. Voor hen zijn deze inzichten dus belangrijk. Maar voor de mensen in de praktijk voegen deze breininzichten niets concreets toe. Weten waar in je hersens motivatie ontstaat helpt je niet beter te motiveren. Een goede theorie over hoe motivatie werkt kan daarentegen wel helpen. De breinrevolutie biedt ook niet veel nieuws op het functionele niveau. Het meeste dat ik bij breinleren zie was 30 jaar geleden al bekend in de cognitieve psychologie. Of neem spiegelneuronen. Dat mensen automatisch elementen van elkaars gedrag kopiëren was reeds lang bekend in de psychologie. De ontdekking van spiegelneuronen (de hersencellen die hier verantwoordelijk voor zijn), is fantastisch, maar van geen enkele toegevoegde waarde in de praktijk.

Breinillustratie
Begrijp mij niet verkeerd, ik ben een groot fan van het brein en vind dat iedereen meer zou moeten weten over dit fascinerende orgaan. Mijn enige punt is dat wanneer je menselijk gedrag wilt begrijpen, het brein niet het meest logische startpunt is. Net zoals elektrotechniek geen logische startpunt om powerpointe te leren. Breinkennis kan echter wel een goede ondersteuning bieden. Ik gebruik bijvoorbeeld zelf vaak een model van de hersenen om uit te leggen hoe de relatie tussen denken en emotie werkt. Mensen kunnen zich dan beter iets voorstellen bij wat er in hun hoofd gebeurd. Onderzoekers van de Yale universiteit hebben dit zelfs onderzocht. Ze gaven studenten een psychologische verklaring van een bepaald soort gedrag. In een groep werd die verklaring vergezeld van een beschrijving van gebieden in de hersenen die bij dit gedrag betrokken zijn. De fysiologische verklaring had inhoudelijk geen enkele toegevoegde waarde, maar het effect was wel dat de verklaring beter aankwam bij deze groep.

De enorme toename van breinkennis maakt het mogelijk steeds meer van de werking te illustreren. In die zin is de nieuwe breinkennis uitermate waardevol. We moeten het echter wel op de juiste manier inzetten. Stel iemand snijd je af op de snelweg. De situatie is levensgevaarlijk en na vreselijk te zijn geschrokken ontsteek je in woede. Ik merk vervolgens op dat je frontale cortex te weinig controle heeft op impulsen vanuit je limbisch systeem en je daarom begint te schelden. Of dat je boos bent omdat je noradrenaline niveau te hoog is. Begrijp ik je nu beter of slechter?

Hardwareguru’s
Toen ik een cursus evolutionaire psychologie voor coaches aankondigde kwamen 5 mensen kijken op mijn site. Toen ik de naam veranderde Brain Based Coachen had ik binnen een paar uur 70 bezoekers. Het brein is fascinerend en spreekt aan. Het is dan wat suf om op wetenschappelijke correctheid te staan. Wat belangrijker is, is professionals niet te vermoeien met breinfeitjes die niets verklaren, maar alleen beschrijven (hormonen verklaren je boosheid niet, het is alleen de fysieke kant ervan). Breinfeitjes zijn geen vervanging voor psychologie, ze zijn een onderbouwing en illustratie. Dus laat je niet gek maken door hardwareguru’s die geen kaas hebben gegeten van powerpointe.

Cursus Brain Based Cursus


To NLP or not…

januari 29, 2011

Mijn eerste kennismaking met NLP was toen ik na mijn studie ging werken. Neurolinguïstisch programmeren deden ze, mijn nieuwe collega’s. Een fractie van een seconde dacht ik met vakgenoten te maken te hebben. Mijn eigen achtergrond is cognitieve- en neuropsychologie, dus daar zat in ieder geval een linguïstische overlap. De term NLP kwam mij echter onzinnig over, een oneigenlijk gebruik van wetenschappelijke termen om iets mooier te laten lijken dan het is. Mijn nieuwe collega’s leken echter grote waarde te hechten aan deze methode, dus besloot ik mij over mijn eerste scepsis heen te zetten.

Ik begon te begrijpen waarom mijn collega’s zo enthousiast waren. NLP is een duidelijk methode met een aantal praktische technieken waar de beoefenaar mee in de weer kan. En er wordt een belangrijk punt gemaakt: onze overtuigingen vormen onze perceptie van de wereld en onszelf. Je bewust worden van waarom je op een bepaalde manier denkt en hoe je anders kunt denken is cruciaal voor persoonlijke verandering. Het blootleggen van overtuigingen en denkpatronen (modellen, schema’s etc.) vormt ook een centraal element in cognitieve therapie. Hier vond ik ook veel herkenning. Niet vreemd, want NLP is immers ook ontstaan vanuit de cognitieve psychologie.

De maakbare mens
NLP is zo’n 40 jaar geleden ontstaan in de beginfase van de cognitieve psychologie, een tijd waarin het idee van maakbaarheid hoogtij vierde. Het heersende dogma (overtuiging!) was dat alles is aangeleerd. Taal (het linguïstische) speelde hier een belangrijke rol in. Volgens verschillende denkers vormt taal onze realiteit. Zo zouden er bijvoorbeeld volkeren zijn die bepaalde kleuren niet zien omdat ze er de woorden niet voor hebben. Het is een optimistische overtuiging, het betekent dat we onszelf kunnen verbeteren en onze realiteit kunnen veranderen.  Een mooi voorbeeld zag ik laatst in de film Shallow Hal (2001). NLP exponent Tony Robbins, die in de film zichzelf speelt, legt de hoofdpersoon (de oppervlakkige Hal) uit dat ons schoonheidsideaal aangeleerd is en iets dat we kunnen veranderen.

Neuro-evolutie
De wetenschap heeft niet stilgestaan sinds NLP zo’n 40 jaar geleden zijn eigen weg ging. Vooral in de laatste 20 jaar heeft hersenonderzoek en het toepassen van evolutionaire principes in de psychologie tot een revolutie geleid in het denken over de menselijke geest. We weten onder meer dat ook mensen die geen woord voor de kleur rood hebben, wel degelijk de kleur rood zien. We weten ook dat schoonheidsidealen (wat mannen en vrouwen daadwerkelijk aantrekkelijk vinden, niet wat modeontwerpers graag zien) bijzonder universeel zijn. Zo universeel zelfs dat je ze kunt uitdrukken in wiskundige formules. Hoe we informatie verwerken lijkt niet zozeer bepaald te worden door ons wereldbeeld, maar vooral door hoe evolutie onze hersenen heeft vormgegeven. Mensen hebben bijvoorbeeld een neiging naar het negatieve, negatieve informatie verwerken we sneller en onthouden we beter. Dit heeft niks te maken met een negatieve kijk die we aangeleerd hebben. Het komt dat op een fysiologisch niveau negatieve informatie een voorkeursbehandeling krijgt. Het zit in de fysieke structuur van de hersenen (uitleg).

Deze ingebouwde patronen zijn meer dan primitieve reacties, het kan een manier van kijken, interpreteren en voelen zijn. Dit soort structuren bepalen bijvoorbeeld wat we eerlijk vinden, waar we boos over worden, wat we vies vinden en wat we aantrekkelijk vinden. Dit soort patronen zijn ook niet linguïstisch. Ze bestonden al lang voordat mensen over taal beschikten en bevinden zich in delen van de hersenen waar taal niet komt. Je kunt hier niet neuro-linguïstisch tegenop programmeren. De mentale modellen die ons wereldbeeld vormen hebben slechts invloed op een beperkt deel van onze geest, de grote meerderheid van processen staat er los van. Dit alles wil overigens niet zeggen dat het geheel onveranderlijk is, het vergt alleen een andere aanpak dan NLP biedt (voorbeeld).

Onze programmering
Het corrigeren van overtuigingen en denkpatronen kan zeker bijdragen aan positieve veranderingen in je leven. NLP lijkt mij hiervoor echter niet de meest logische keuze. Wanneer ik wil weten hoe psychologische processen werken (en daar hebben we het tenslotte over), wend ik mij tot de psychologie. Hier vind ik meer en meer accurate kennis over denkprocessen en communicatie dan waar dan ook. Dat de meeste leken dit niet doet verbaast mij overigens niet. De psychologie doet weinig om wetenschappelijke kennis op een begrijpelijke en praktische manier naar buiten te brengen (zoals NLP dat wel doet!). De meeste praktijkpsychologen (zoals therapeuten en organisatiepsychologen) zijn daarbij wetenschappelijk slecht onderlegd. Veel organisatiepsychologen die ik ken hangen ook NLP aan. Het ligt niet aan u dus.

Veel van de aannames van NLP zijn aantoonbaar onjuist (zoals zintuiglijk representatie systemen), andere werken aantoonbaar niet (zoals spiegelen, wat een tegengesteld effect blijkt te hebben – uitleg). Maar dat alles deert adepten meestal niet, want waar het natuurlijk om gaat is dat het werkt. Of zoals de oprichters Grinder en Bandler zelf schreven: “We zijn niet bepaald geïnteresseerd in wat waar is. Alleen wat bruikbaar is telt.” Maar dit is een uiterst problematische stelling. Adepten zien hun methode altijd werken. Artsen waren er ruim drieduizend jaar van overtuigt dat aderlaten een effectieve therapie is. Totdat iemand de moeite nam om het te onderzoeken, toen bleek het tegendeel. Artsen hadden die verkeerde overtuiging niet omdat ze dom, lui of van slechte wil waren. Wanneer we geloven dat iets werkt, zien we daar bevestiging van. Dit is gewoon hoe onze neurale netwerken geprogrammeerd zijn.

Kijk hier voor meer over brain based coaching


Hoe zinvol is spiegelen?

januari 28, 2011

Spiegelen is een populaire techniek om een connectie te maken in een gesprek. Wetenschappelijk onderzoek suggereert echter dat we dit beter kunnen laten.

Wanneer mensen een aansluiting hebben (rapport maken zoals dit ook mooi heet), gaan ze vrijwel automatisch elkaars gedrag kopiëren. Niet alleen hun lichaamshouding wordt hetzelfde, we zien ook synchroniteit ontstaan in manier van bewegen, praten en zelfs ademhaling. Recent hebben hersenwetenschappers ook de biologische basis van dit fenomeen ontdekt, de zogenaamde spiegelneuronen. Deze neuronen zijn verantwoordelijk voor het automatisch kopiëren van waargenomen patronen.

Systemen als NLP hebben het gegeven van spiegelen vertaald naar een techniek om rapport te maken. Het idee is eenvoudig. Wanneer er rapport is gaan mensen elkaar kopiëren, dus door te kopiëren kunnen we ook rapport maken. De realiteit is echter niet zo eenvoudig.

Routes door het brein
Actie en reactie kunnen via verschillende routes in ons brein tot stand komen. We hebben een snelle en een langzame route. De snelle route is via de zintuigen direct naar de centra die de reacties vormen, zoals emotionele en motorische centra. Het bukreflex is een voorbeeld van deze korte route: wanneer je plots iets op je hoofd ziet afkomen buk je vrijwel automatisch. Je hoeft het niet eens bewust waar te nemen, de informatie gaat rechtstreeks van de ogen naar motorische centra die de bukbeweging veroorzaken.

De langzame route gaat via de hogere centra waar denken en bewustzijn zich bevinden. Je neemt iets bewust waar, neemt een beslissing en reageert. De route van de zintuigen naar motorische centra gaat dan via de hoger gelegen centra. Een langere route dan bij het bukreflex. Wanneer je een knop moet indrukken wanneer je iets bewust waarneemt (lange route), duurt dit over het algemeen meer dan 250 milliseconden. Via de korte route kunnen we daarentegen in minder dan 25 milliseconden reageren.

Bedriegers ontmaskeren
Automatisch spiegelen is een proces dat de korte route volgt. In een studie werd een reactiesnelheid van 21 milliseconden gevonden bij dit type spiegelen. Spiegelen als techniek vergt (hoe zeer je het ook traint) een minimum van 250 milliseconden. Dit is een verschil van 230 milliseconden, een fractie van een seconde langzamer. Een dergelijk verschil is te klein om bewust op te merken, dus weinig interessant zou je zeggen. De hersenen merken dit verschil echter wel op.

Een van de belangrijkste sociale uitdagingen voor de mens is in kunnen schatten of iemand te vertrouwen is. Voor onze voorvaderen was dit van levensbelang en evolutie heeft de hersenen gevoelig gemaakt voor signalen van misleiding. Een verschil van 230 milliseconden is een signaal dat er iets mis is met de synchronisatie en kan daarom wijzen op misleiding of manipulatie. We nemen dit verschil niet bewust waar, maar onze hersenen pikken het wel degelijk op. Spiegelen als techniek kan mensen daardoor het gevoel geven dat er iets niet goed is en zo het tot stand komen van rapport frustreren. Dit is ook wat is gevonden in onderzoek naar spiegelen. Wanneer er werd gespiegeld hielden mensen uiteindelijk een negatiever gevoel over aan het gesprek.

Echt luisteren
Bewust spiegelen heeft zo een tegengesteld effect van wat er mee beoogd wordt. Maar waarom is het dan zo populair en ervaren zoveel mensen het als effectief? Technieken die mensen het gevoel geven grip te hebben over sociale situaties zijn altijd erg populair, los van of ze werken. Astrologie geeft bijvoorbeeld een duidelijk raamwerk om mensen te begrijpen en blijft immens populair ook al is vaak en afdoende aangetoond dat er geen enkele relatie is tussen sterrenbeeld en persoonlijkheid. Dat mensen technieken als effectief ervaren die het niet zijn is ook geen onbekend fenomeen in de psychologie.

Spiegelen als techniek heeft nog een ander belangrijk nadeel. De capaciteit van onze aandacht is beperkt. Wanneer we een deel van de aandacht besteden aan spiegelen, is dat aandacht die we niet voor de ander hebben. Een van de belangrijkste technieken om rapport te maken is open en oprechte aandacht voor de ander. Echt luisteren. Mensen merken wanneer je dit doet en interpreteren het (onbewust) als een positieve intentie. Vergeet dus dat spiegelen, en probeer meer aandacht te hebben voor de ander.

Meer over brain based coaching >>


Brain Based Coachen

januari 27, 2011

Als psycholoog met een biologische achtergrond voel ik mij af en toe een vreemde eend  tussen coaches en trainers. Niet zelden loop ik tegen overtuigingen aan die niet geheel  stroken met wat we weten over de hersenen. Een voorbeeld is het idee dat we maar 10% van onze hersenen gebruiken. Het probleem van dit idee is dat de hersenen werken volgens een use-it of lose-it principe, alles wat je niet gebruikt sterft gewoon af. Dit voorbeeld heeft echter niet zoveel invloed op de praktijk van coachen, maar andere ideeën hebben dit wel degelijk.

Neem het idee dat wij altijd onze eigen reacties kiezen. Je bent boos omdat je daarvoor kiest. Het probleem is echter dat het deel van onze hersenen dat beslissingen maakt geen controle heeft over het deel van onze hersenen waar emoties ontstaan. Veel informatie vanuit onze zintuigen gaat rechtstreeks naar die emotionele centra, zonder langs het bewustzijn te komen. Opeens voel je jezelf droevig of boos, soms zonder enig idee waarom.

Denken en voelen
Het idee dat je altijd je eigen reactie kiest klopt niet met hoe onze hersenen werken en kan het probleem zelfs erger maken. Je wordt bijvoorbeeld boos op jezelf omdat je weer boos bent geworden. Een dieper begrip van hoe emotie en denken samenhangen kan helpen effectiever met emoties om te gaan. Het feit dat je bijvoorbeeld boos wordt betekent niet dat je maar om je heen moet gaan slaan. Je hebt een keuze in hoe je met die emotie om gaat. Er zijn bijvoorbeeld technieken om de intensiteit te managen en controle over aandacht en denken kan helpen de emotie bij te sturen.

Een dieper begrip van de werking van emoties kan ook helpen tot een dieper inzicht in jezelf te komen. De biologische functie van emotie is ons te bewegen om onze menselijke belangen te beschermen of te realiseren. Deze menselijke belangen worden ook wel biosociale doelen genoemd en vormen de basis voor emoties en motivatie. Sociale acceptatie is voor ons als groepsdier bijvoorbeeld een belangrijk biosociaal doel. Afwijzing is iets dat we moeten vermijden en doet dus pijn, letterlijk. Afwijzing activeert dezelfde delen van onze hersenen die betrokken zijn bij fysieke pijn.

Brain based
Al onze persoonlijke doelen zijn uiteindelijk gefundeerd in biosociale doelen. We willen bijvoorbeeld het beste uit onszelf halen omdat dit voor ons als groepsdier belangrijk is. Op deze manier kunnen we de groep succesvol maken en onze positie er in optimaliseren. Dit is niet de overweging die we zelf maken, ook niet onbewust. Het is een overweging die zit in de manier waarop evolutie de hersenen in elkaar heeft gezet. Frustratie van deze biosociale doelen leid onherroepelijk tot stress en psychologische problemen. Emotionele problemen en problemen rond motivatie kunnen we daarom altijd terugleiden naar problemen met deze biosociale doelen.

Brain based coachen (BBC) is ontwikkeld om coaches te helpen effectiever te worden door een beter begrip van hoe de hersenen werken. Belangrijke elementen in BBC zijn onder meer:
> Dieper begrip van biosociale doelen
> De samenhang tussen emotie, denken en bewustzijn
> Hoe de hersenen automatisch reageren op (sociale) situaties

Kijk hier voor de cursus en de introductie


Waarom het glas half leeg is

maart 16, 2010

Positief denken is een beetje verplichting geworden. Problemen zijn uitdagingen, in tegenslag schuilen kansen en laten we niet vergeten dat het glas half vol is, niet half leeg. Het zijn wijsheden die vooral vanaf de zijlijn worden geroepen. Er is echter een belangrijke reden waarom het glas vaak half leeg lijkt.

Wat is belangrijker, een banaan aan een boom of een tijger in de bosjes? Er is altijd wel weer een andere banaan, maar als het tegenzit is die tijger het laatste wat je ooit ziet. In onze evolutie was negatieve informatie veel belangrijker dan positieve. Kansen komen wel weer, maar problemen kunnen fataal zijn. Evolutie heeft er daarom voor gezorgd dat onze hersenen negatieve informatie op een andere manier verwerken dan positieve. Obstakels, problemen en gevaren krijgen een royale voorkeursbehandeling tussen onze oren. Deze voorkeursbehandeling zien we overal in terug. Mensen onthouden bijvoorbeeld negatieve ervaringen beter, herkennen boze gezichten sneller dan blije en we hebben ook meer negatieve dan positieve soorten emoties.

Gezond denken
Onze negatieve kijk zou je kunnen vergelijken met de voorkeur voor zoet en vet eten. Beide soorten eten zijn schaars in de natuur, maar bevatten wel belangrijke voedingsstoffen. Een sterke voorkeur voor zoet en vet eten hielp ons daarom te overleven. Maar dat was natuurlijk voor McDonalds. Nu leidt zoet en vet eten alleen tot overgewicht. De (nu) ongezonde voorkeur zit ingebouwd, daar kunnen we weinig aan doen. Wat we natuurlijk wel kunnen, is beter opletten wat we eten.

Negatief denken zit op dezelfde manier in in ons systeem gebouwd, en ook dit is een voorkeur die in onze moderne tijd niet meer echt functioneel is. Onze problemen zijn meestal minder fataal en positief denken werkt in onze moderne wereld daarom beter dan in de oertijd. Maar het is niet iets dat vanzelf gaat. Net als gezond eten vergt het discipline en bewust leven. Toch is het goed enigszins terughoudend te zijn met wijsheden.

Stuurlui helpen
De beste stuurlui staan niet voor niets aan wal. Wanneer je zelf niet in de situatie bevind en er dus niet direct door geraakt wordt, is het eenvoudig te zien dat het glas half vol is. De perceptie van degene die aan wal staat, is fundamenteel anders. Dat maakt het makkelijk praten. Voor de persoon in kwestie zijn motiverende kreten over glazen en kansen vaak een dooddoener. Een beetje zoals iemand met overgewicht vertellen dat je rauwkost ook als lekker kunt zien. Het is daarom beter hulp te bieden dan wijsheid.

Meer over evolutie en gedrag >>


Biologie en persoonlijke ontwikkeling

februari 2, 2009

Biologische verklaringen van gedrag creëren nog wel eens weerstand bij mensen. Het zou de mens reduceren tot primitieve instincten en gebruikt worden om verwerpelijk gedrag goed te praten (zoals mannen die zeggen dat ze vreemd gaan omdat het in hun genen zit). In dit artikel beargumenteer ik dat de biologie juist de sleutel is tot persoonlijke ontwikkeling.

Veel van wat in onze hersenen gebeurt, gaat volledig buiten ons bewustzijn om. Wetenschappers vergelijken bewustzijn nog wel eens met het topje van de spreekwoordelijke ijsberg; het grootste gedeelte van de menselijke geest zit onder water. Bij beslissingen wordt het bewustzijn ook niet zelden als laatste op de hoogte gesteld. Veel van onze verklaringen voor keuzes en gedrag zijn post hoc; we creëren ze na de feiten en niet noodzakelijk op basis van de feiten. Onder water is de conclusie al getrokken, boven water verzint het bewustzijn de logica er bij.

De reden waarom ons bewustzijn vaak niet nodig is, is omdat miljoenen jaren evolutie de hersenen van alle noodzakelijke programmatuur heeft voorzien. Dit programmeerwerk beïnvloed vanuit de onderzeese ijsberg ons gedrag. Neem dit voorbeeld; vrouwen gebruiken gemiddeld meer make-up tijdens de ovulatie. Dit is geen bewuste keuze (zoals: hé, ik zit in mijn vruchtbare fase, laat ik mij extra mooi maken voor potentiële partners). De verklaring die een vrouw zal geven voor haar extra make-up zal waarschijnlijk ook niet de eisprong zijn.

Er is geen instinct voor make-up, wat instinct wel doet is op subtiele wijze onze gevoelens, behoeften en percepties vormgeven. En dit doet het niet alleen in de context van seks. Instinct speelt in elk aspect van ons leven spelen een rol. Ook in werk spelen een veelheid aan instincten. De meest opvallende is natuurlijk het status instinct. De mens is een sociaal dier voor wie positie van groot evolutionair belang is. Hoe belangrijker je bent hoe beter. En net zoals de menstruele cyclus ongemerkt het make-up gebruik beïnvloed, zo beïnvloeden status instincten ongemerkt carrièrekeuzes en gedrag op de werkvloer.

Mensen zijn zich over het algemeen weinig bewust van hoe dit soort instinctieve processen gedrag sturen. En net als bij de make-up verzinnen we de verklaring voor dit gedrag er spontaan bij. Je neemt die nieuwe functie niet omdat je daarmee hoger in de pikorde komt, maar omdat je nieuwe mogelijkheden ziet voor je persoonlijke ontplooiing. Uiteraard.

Instinct wijst ons niet altijd de juiste weg. Denk bijvoorbeeld aan onze instinctieve voorkeur voor zoet en vet eten. Prima in de oertijd, maar in onze moderne tijd met mars repen en McDonald’s is deze voorkeur desastreus voor de gezondheid. Dit heet ook wel het savanne principe; de omstandigheden waarin wij nu leven zijn anders dan de omstandigheden waarin we geëvolueerd zijn. Het gevolg is dat instinct niet altijd een goede raadgever is.

Moderne organisaties zijn bijvoorbeeld een snoepwinkel voor het statusinstinct; ze bieden meer mogelijkheden om status, macht en middelen te verkrijgen dan de mens ooit gehad heeft. Dit leidt niet zelden tot eenzijdige prioriteiten en obsessief gedrag. Vervolgens moeten we weer op zoek naar meer balans in ons leven.

We kunnen deze instinctieve realiteit natuurlijk ook negeren en blijven volhouden dat we rationele wezens zijn. Maar ratio staat in dienst van onze belangen, niet andersom. De ratio is meester in het uitvogelen hoe iets te bereiken, en te verzinnen waarom we het willen bereiken. Maar achter het wat staan de belangen (zoals status of aantrekkelijkheid). Het negeren van onze dierlijke natuur bevrijd ons niet van instinct, het maakt ons alleen een makkelijker slachtoffer. Mensen hebben over het algemeen ook perfect rationele verklaringen voor gedrag dat overduidelijk voortkomt uit hebzucht, jaloezie of blinde ambitie.

Om je als persoon te ontwikkelen is het belangrijk dat je de juiste keuzes voor jezelf maakt. Net zoals we er voor kunnen kiezen de koekjes in het rek te laten staan, kunnen we ook keuzes te maken die tot meer innerlijke balans en groei leiden. Maar dan moeten we wel eerlijk naar onszelf kijken en ons niet te ver boven het dierenrijk verheven voelen.

Meer weten over evolutie en werk: bestel hier Darwin voor Managers


De biologie van houding

november 5, 2008

Winston Churchill zei ooit ‘attitude is a little thing that makes a big difference’. Vrijwel elke coach en manager weet dit uit ervaring. Hoe proactief of hulpeloos iemand is bepaalt hoe goed iemand het doet en hoe goed men zich voelt. Het veranderen van iemands houding vergt echter meer dan problemen als uitdagingen gaan zien. Coach en manager zien zich hier tegenover een miljoenen jaar oud mechanisme staan.

Iedereen die met mensen werkt komt het wel eens tegen, die uitgesproken negatieve figuren voor wie elke uitdaging een probleem is. Wijs op de kansen die er liggen en er volgt een litanie van bezwaren. Soms heerst deze houding in een hele afdeling of organisatie. Een soort collectieve hulpeloosheid. En hoe ongrijpbaar iets als houding ook moge zijn, het heeft een concrete impact op de organisatie. Hoe negatiever de houding, hoe hoger het verzuim en hoe lager de prestaties. Onderzoek onder duizenden verkopers liet zien dat verkopers met een negatieve houding substantieel minder verkopen.

Dit soort negativiteit heeft een lange biologische geschiedenis. Wetenschappers kregen hier voor het eerst inzicht in door experimenten met honden. De honden werden in een situatie geplaatst waarin het onmogelijk was te anticiperen en invloed uit te oefenen op hun situatie. Honden ontwikkelden hierdoor een vreemd soort passiviteit. Wanneer de vloer van het hok onder stroom werd gezet, deden deze honden niets meer om hier aan te ontkomen (het hok stond gewoon open). Dit is wat wetenschappers aangeleerde hulpeloosheid noemen, een toestand waarin een dier geen initiatief meer neemt wanneer het duidelijk in het belang van het dier is en er ook duidelijk mogelijkheden voor zijn. Latere experimenten toonden aan dat aangeleerde hulpeloosheid op exact dezelfde wijze werkt bij andere dieren zoals ratten, katten en (helaas) ook mensen. En hier zit een duidelijke biologische logica achter.

De (bio) logica van hulpeloosheid
In de natuur doen zich regelmatig situaties voor waarin energie (eten) schaars is en risico’s (zelf opgegeten worden) hoog. Je kunt dan beter te negatief zijn bij in het inschatten van je kansen, dan te overmoedig. Wanneer de situatie onvoorspelbaar is en de controle over de situatie laag, dan is hulpeloosheid een functionele reactie. Het weerhoudt het dier er van initiatief te nemen en helpt het zo beter te overleven. In de wildernis is negativiteit soms een deugd.

Uiteraard leven wij nu in heel andere tijden, er is voedsel in overvloed en vergeleken met de oertijd zijn er nu vrijwel geen risico’s. Maar die nieuwe realiteit verandert niets aan hoe onze hersens werken. Onze hersenen zijn nog steeds geprogrammeerd om dezelfde overwegingen te maken. Wanneer het er naar uit ziet dat de controle over de situatie laag is, blijft hulpeloosheid de (bio-) logische keuze.

Niet zelden worden in moderne organisaties omstandigheden gecreëerd die hulpeloosheid in de hand werken. Er is bijvoorbeeld een hoge werkdruk, maar mensen hebben niet de tijd, middelen of mogelijkheden om invulling te geven aan deze hoge uitdaging. Onduidelijkheid, onzekerheid en weinig invloed zijn typische omstandigheden die hulpeloosheid in de hand werken. En wanneer ze lang genoeg aanhouden kan een cultuur van hulpeloosheid ontstaan.
Maar er zijn ook grote onderlinge verschillen in hoe mensen reageren, sommige mensen zijn duidelijk hulpelozer dan anderen. Een combinatie van aanleg en unieke levenservaring maakt dat sommige mensen hier meer of minder vatbaar voor zijn. De een wordt al hulpeloos wanneer het een beetje moeilijk wordt terwijl de ander in de meest hopeloze omstandigheden onverschrokken optimistisch blijft.

Proactiviteit promoten
Bij het ontstaan van hulpeloosheid spelen altijd zowel omstandigheden waarin iemand zich bevind, als zijn of haar persoonlijkheid een rol. Dit betekent dat wanneer we de houding van mensen in een organisatie willen veranderen, we ook altijd naar deze beide aspecten moeten kijken. Laten we eerst naar persoonlijkheid kijken.

De term aangeleerde hulpeloosheid suggereert dat je het ook weer kunt afleren. Dit is ook wat naar voren komt in experimenten met dieren. Het is echter moeilijk deze lessen direct door te vertalen naar mensen. Bij ons spelen namelijk ook patronen in het denken en overtuigingen een belangrijke rol bij het in stand houden van de hulpeloze houding. Om iemands houding te veranderen moeten twee sporen worden gevolgd:

Het eerste spoor is bewustwording. Iemand zal zich bewust moeten worden van hoe de hulpeloze reactie er uit ziet en welke gevoelens, gedachten en overtuigingen hiermee samenhangen. Door inzicht te krijgen hoe dit miljoenen jaren oude mechanisme het denken en doen vormt, wordt het ook mogelijk hier enige afstand van te nemen en naar alternatieven te kijken.

Het tweede spoor is ontdekken hoe proactief te reageren. Proactiviteit is een natuurlijke reactie voor mensen, mits er een duidelijk gevoel van controle is en de prioriteiten helder zijn. Het ontwikkelen van proactiviteit betekent daarom enerzijds leren hoe je persoonlijke controle te vergroten en anderzijds de eigen doelen helder te krijgen.

Veel methoden van persoonlijke effectiviteit bevatten elementen van beide sporen, maar zelden worden ze allemaal op een effectieve wijze gecombineerd. In Optimum Punt (Scriptum, 2008)  beschrijf ik hoe dit mogelijk te doen. Tevens is een scan ontwikkeld die kan helpen inzicht te krijgen in hoe deze elementen zijn ingevuld, de Mindsetscan. Maar ook met deze hulpmiddelen blijft het (structureel) veranderen van houding een van de moeilijkste uitdagingen voor een coach.

Het aanpakken van omstandigheden waarin de mensen werken is vooral het terrein van de manager. De uitdaging is hier om de omstandigheden te creëren waarin mensen optimaal kunnen presteren. Dit betekent onder andere: heldere doelen stellen en de noodzakelijke middelen en mogelijkheden bieden om hier invulling aan te kunnen geven. In dit soort omstandigheden kunnen werknemers de focus en het gevoel van persoonlijke controle ontwikkelen die voorwaarde is voor proactiviteit.
Er zijn echter ook vele subtiele manieren waarop een cultuur hulpeloosheid in stand kan houden. Neem bijvoorbeeld een organisatie waarin werknemers hard en persoonlijk worden afgerekend op fouten. In elk complex proces zijn fouten onvermijdelijk, zeker in moderne organisaties waar veranderingen snel gaan. Een afrekencultuur maakt mensen verantwoordelijk voor iets waar ze geen 100% grip op hebben en het ondermijnt zo het gevoel van persoonlijke controle. Een meer proactief patroon is wanneer fouten als onvermijdelijk gezien worden en worden aangegrepen als een kans om te leren en te verbeteren. Om goed te kunnen inschatten welk effect aansturing en organisatie heeft op houding, is het ook voor de manager zo belangrijk te begrijpen hoe deze psychologische mechanismen werken.

Houding is een vaak onzichtbare kracht in organisaties die – om met Churchill te spreken – een groot verschil kan maken. En met de juiste benadering is het ook mogelijk hier een wezenlijke verandering te realiseren. In organisaties vergt dit wel een gerichte investering op verschillende niveaus, zowel in bedrijfsprocessen als persoonlijke ontwikkeling.

Meer weten over evolutie en werk: bestel hier Darwin voor Managers

Link:  De Mindsetscan

Meer weten >>