Voorbij de verschillen kijken

astrologieMensen verschillen van nature, dat kan iedereen met meer dan 1 kind je vertellen. En deze verschillen houden ons enorm bezig. We willen weten hoe we anders zijn dan anderen en hoe anderen anders zijn dan wij. Dit is de aantrekkingskracht van persoonlijkheidsmodellen zoals mbti, enneagram, kernkwaliteiten en Belbin. Ze lijken ons iets belangrijks te vertellen over onszelf en over anderen. Deze focus op verschillen kan echter tot belangrijke inschattingsfouten leiden waar het gaat om zaken als samenwerking en talentontwikkeling.

Attributie

Onze focus op verschillen zien we terug in wat ook wel de fundamentele attributiefout heet: “de neiging om gedragingen van anderen toe te schrijven aan de persoonlijkheid of het karakter van de ander. Situationele factoren (factoren die buiten een persoon liggen) worden onderschat, terwijl dispositionele factoren (factoren die binnen een persoon liggen) worden overschat. Dit gebeurt zelfs wanneer er duidelijk zichtbare (saillante) situationele oorzaken voor het gedrag van de ander zijn.” (bron). We zien iemand boos worden en concluderen dat het iemand is die snel boos wordt. We kijken eerst naar de persoon en pas later – of helemaal niet – naar de situationele factoren (misschien was jij ook boos geworden in die situatie).

De attributiefout maakt dat professionals in het beoordelen van gedrag te snel grijpen naar persoonlijkheidsmodellen om dit gedrag inzichtelijk te maken. De ‘conventional wisdom’ is dat, om mensen te begrijpen, je moet begrijpen hoe ze verschillen. Dit is best een vreemde gedachte als je er iets langer bij stilstaat. Laat ik het medische vak als metafoor gebruiken. Om jouw lichaam te begrijpen leert een arts niet eerst hoe lichamen verschillen. In zijn opleiding krijgt hij juist een grote hoeveelheid (algemene) anatomie en die kennis helpt hem jouw specifieke lichaam te begrijpen. Voor de geest is dit niet anders. De laatste decennia heeft de wetenschap grote stappen gemaakt in het blootleggen van onze mentale anatomie en die kennis helpt je meer om je medemens te begrijpen, dan hoe de voorkeuren van jantje verschillen van die van pietje.

Een argument voor het gebruik van die modellen dat ik vaak hoor, is dat de typologie (bijvoorbeeld MBTI) inzicht geeft in hoe mensen verschillen in hun voorkeuren en wat ze nodig hebben. Hierdoor krijgen mensen meer begrip voor elkaar, waardoor ze ook beter kunnen samenwerken. Ook dit is een vreemde gedachtegang als je er iets langer bij stilstaat. Wat mensen verbindt, zijn juist hun overeenkomsten. Wanneer je iemand voor het eerst leert kennen, zoek je automatisch overeenkomsten in je voorkeuren (in bijvoorbeeld voorkeur voor eten, voor hobby’s, voor vakanties en in achtergrond). Wanneer je ziet dat de ander eigenlijk hetzelfde is als jij, maak je eerder een positieve connectie.

Oplossingen in verschillen

Problemen worden vaak op het niveau van individuele verschillen verklaard. Wanneer samenwerking bijvoorbeeld slecht verloopt, ligt dit meestal aan situationele factoren, zoals tegengestelde belangen binnen de groep. Dezelfde individuele verschillen die in een meer ideale situatie geen enkel probleem vormen, gaan dan – als het misgaat – opeens opspelen. Verschillen bespreekbaar maken is dan vooral bezig zijn met symptomen. Het kan wel degelijk verlichting geven, maar is zelden een echte oplossing. Oppervlakkige diagnoses leiden in de regel tot oppervlakkige interventies en uiteindelijk ook tot oppervlakkige resultaten.

Wanneer ik managers vraag naar wat bepalend is voor betrokkenheid, komen we ook altijd uit op individuele verschillen. Het antwoord wordt in de regel gezocht in het aanboren van passie door het aansluiten bij individuele waarden en talenten. Kijken we naar wetenschappelijk onderzoek, dan lijken de belangrijkste factoren juist in situationele factoren te liggen, zoals ‘organizational justice’ (voelen mensen zich eerlijk behandeld door de organisatie). Dit thema van aansluiting zien we ook terug in de benadering van leren. Meer dan 90% van docenten (en waarschijnlijk trainers) in Nederland gelooft bijvoorbeeld in leerstijlen: iedereen heeft zijn eigen leerstijl en door hier op aan te sluiten neemt de effectiviteit van leren sterk toe. Weer een intuïtief aantrekkelijk idee, maar vooral aantrekkelijk door onze obsessie met verschillen. Het idee wordt door geen enkel wetenschappelijk onderzoek ondersteund (en is relatief eenvoudig te testen). De attributiefout leidt tot misplaatste diagnoses en daardoor slechte resultaten.

Wetenschap en empathie

Dit alles betekent natuurlijk niet dat verschillen er niet toe doen. In tegendeel. We moeten ons er echter van bewust zijn dat ons brein ons geheel automatisch op het verkeerde been zet. Dit heeft niets te maken met intelligentie of competentie, de meest intelligente en competente mensen maken deze fout even automatisch. Ga er daarom ook gewoon van uit dat je de fout maakt en check jezelf. Even een pas op de plaats maken, je oordeel uitstellen en iets verder kijken naar wat mogelijk tot het waargenomen gedrag kan hebben geleid. Recent vertelde iemand mij het verhaal van een jongetje dat bij zijn zoon op voetbal zit. Het knulletje speelt vrijwel nooit af, maar probeert altijd zelf in het doel te schieten. De conclusie was al snel dat de jongen geen teamplayer is. Totdat duidelijk werd dat het knulletje een euro per doelpunt kreeg van zijn vader. Wie in staat is om even zijn oordeel uit te stellen en zich (eerlijk) te verplaatsen in dit jongetje, kan zich mogelijk voorstellen zich hetzelfde te gedragen. Empathie – je verplaatsen in de ander – is de sleutel tot een dieper begrip van de ander.

Wil je begrip van anderen verder verdiepen, dan kun je beter investeren in de nieuwste wetenschappelijke inzichten in onze mentale anatomie, dan in de eindeloze stoet (vaak onwetenschappelijke) persoonlijkheidsmodellen. Inzicht in deze mentale anatomie, in hoe we hetzelfde zijn, geeft je zowel inzicht in hoe je eigen gedrag gewoon menselijk is, als in hoe dat van de ander gewoon menselijk is. Dit kan de basis vormen voor een meer wezenlijke verbinding, dan het meer oppervlakkige inzicht in hoe we verschillen. Persoonlijkheidsmodellen zijn een slecht surrogaat voor empathie. Ze zijn misschien intuïtief aantrekkelijk, maar zetten ons uiteindelijk op het verkeerde been.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s