Ooit vertrouwde een partner van een groot adviesbureau mij toe dat er bij hen evenveel theorieën over leiderschap zijn als er mensen werken. “Tja, want wat is leiderschap nou precies? Daar hebben we toch zo allemaal onze eigen ideeën over.” De uitspraak wordt geïnspireerd door een stroming die al decennia het denken over mensen en organisaties domineert: sociaal constructivisme. Dit stelt dat onze sociale realiteit een construct is, iets dat we samen bedacht hebben. Leiderschap zou bijvoorbeeld iets zijn dat door mensen bedacht is en iemand in een andere cultuur kan er iets heel anders onder verstaan. Sterker, ieder persoon kan er iets anders onder verstaan. Zoveel theorieën als werknemers dus. Is dat erg?
Ik stelde mijn gesprekspartner een vraag: je theorie bepaalt je aanpak toch? Hij moest even nadenken. Ja, dat klopt, met andere aannames zal je een andere aanpak kiezen. Ik pakte door: en je aanpak bepaalt je resultaat toch? Hier hoefde hij niet over na te denken, dat was duidelijk. Dit bracht mij bij mijn pointe: dus je theorie bepaalt je resultaat en een betere theorie zal een beter resultaat geven. Deze laatste stap gaat vaak iets te snel voor de hardcore constructivisten. Want waarom zou de ene theorie beter zijn dan de ander? Het gaat er uiteindelijk toch om wat jij als goed ervaart?
Wetenschap of beleving
Wat de laatste decennia wetenschappelijk onderzoek ons laten zien is dat veel van wat menselijk is, geen sociaal construct is, maar geworteld in onze biologie. Iets vaags als eerlijkheid of empathie wordt gewoon door de genen in het brein gebouwd. Ook leiderschap is niet iets dat mensen bedacht hebben, maar dat door evolutie in onze genen is geprogrammeerd. Er zitten duidelijke wetmatigheden in hoe mensen reageren op leiders en deze wetmatigheden vinden we in elke cultuur terug (uitleg: http://tiny.cc/xful4).
Wat een theorie goed maakt is niet dat je er een goed gevoel bij hebt of dat de theorie goed aansluit bij je beleving. Wat een theorie goed maakt is de mate waarin het aansluit bij de feiten. En hoe beter de theorie aansluit bij de feiten, hoe beter de aanpak zal zijn. Een opleiding voor leidinggevenden die gebaseerd is op een solide theorie van wat leidinggeven is, zal een beter rendement hebben dan een die gebaseerd is op nonsens. Beleving is belangrijk, maar het is een zwak fundament voor een aanpak.
De kracht van beleving
Het sociaal constructivisme begint al steeds meer te wankelen. De enorme populariteit van studies over het brein laat duidelijk zien dat mensen behoefte hebben aan meer concrete feiten. Maar het gaat niet zonder slag of stoot, er zijn zware belangen mee gemoeid.
Wanneer iedereen een mening mag hebben die even geldig is, kan iedereen expert zijn. Het organisatie- adviesbureau heeft tientallen experts op het gebied van leiderschap, ook al hebben ze allemaal een andere theorie over wat leiderschap is (stel je voor, een ziekenhuis waarin alle chirurgen een ander idee hebben over wat de lever is). Hetzelfde geldt voor andere onderwerpen als prestatie, motivatie, communicatie, innovatie en talentontwikkeling. Iedereen die een mening of een goed verhaal heeft kan expert zijn. Als het maar goed voelt. Want, zoals iemand ooit als commentaar op mijn blog schreef: waarheid bestaat niet, alleen beleving en authenticiteit telt.
Het is dit soort quasi diepzinnige prietpraat waarmee de hardcore constructivisten zich afschermen en hun eigen status als expert beschermen. Verandering is niet in hun belang. Het is natuurlijk wel in het belang van de klant, die zou zeker baat hebben bij iets meer wetenschap en iets minder beleving.




“Iets vaags als eerlijkheid of empathie wordt gewoon door de genen in het brein gebouwd. Ook leiderschap is niet iets dat mensen bedacht hebben, maar dat door evolutie in onze genen is geprogrammeerd.”
Dit komt mij voor als de aloude discussie of mensen (nog) instincten hebben. Het lijkt of hier de suggestie wordt gewekt dat ethisch handelen is ingebouwd en menselijk leiderschap terug te brengen valt tot een alfa-mannetjes/vrouwtjescultuur. Dat vind ik toch een wat schraal mensbeeld.
Menselijk instinct is geen vraag, maar wetenschappelijk gegeven (het is immers evolutie die ons brein heeft gevormd). Leiderschap is juist tegengesteld aan het alfa-mannetjes/vrouwtjesgebeuren, zoals op dit blog ook valt te lezen in artikelen over leiderschap.
Het is een gebrek aan wetenschappelijke kennis en denken die de vooruitgang in de ‘softe’ sector verlamd.
Dat hangt ervan af van hoe je ‘instinct’ definiëert. Mensen kunnen veelal voor gedrag kiezen terwijl dieren die keuzes nauwelijks hebben (obv instincten). Zelfmoord, kindermishandeling, hongerstaking, m.i. allemaal voorbeelden hoe mensen door eigen keuzes tegen het vermeende overlevingsinstinct in kunnen gaan.
T.a.v. leiderschap; het is zeker zo dat mensen in bepaalde situaties de neiging hebben zich te organiseren in groepen en het bepalen van koers of het hebben van macht aan leiders uit te besteden. In die zin zou je de ontvankelijkheid, de gevoeligheid voor het fenomeen leiderschap als genetisch ingebouwd kunnen benaderen.
Maar er zijn vele soorten leiderschap en de gronden voor het al-dan-niet erkennen van een bepaald leiderschap kunnen ook heel divers zijn. Aangezien er geen eenduidige patronen zijn die voor alle mensen gelden, lijkt het me dat je ook daar geen instinctieve werking kunt veronderstellen. E.e.a. lijkt me veel meer een kwestie van ‘cultuur’. Nurture.